🇳🇱 aanvaarden

to accept

Dutch Regular

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I aanvaard
jij/je you (informal) aanvaardt
hij/zij/het he/she/it aanvaardt
wij/we we aanvaarden
jullie you all aanvaarden
zij/ze they aanvaarden

Simple Past

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I aanvaardde
jij/je you (informal) aanvaardde
hij/zij/het he/she/it aanvaardde
wij/we we aanvaardden
jullie you all aanvaardden
zij/ze they aanvaardden

Want to actually remember these?

VerbPal drills "aanvaarden" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb aanvaard
jij/je you (informal) hebt aanvaard
hij/zij/het he/she/it heeft aanvaard
wij/we we hebben aanvaard
jullie you all hebben aanvaard
zij/ze they hebben aanvaard

Past Perfect

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had aanvaard
jij/je you (informal) had aanvaard
hij/zij/het he/she/it had aanvaard
wij/we we hadden aanvaard
jullie you all hadden aanvaard
zij/ze they hadden aanvaard

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal aanvaarden
jij/je you (informal) zult aanvaarden
hij/zij/het he/she/it zal aanvaarden
wij/we we zullen aanvaarden
jullie you all zullen aanvaarden
zij/ze they zullen aanvaarden

Conditional

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou aanvaarden
jij/je you (informal) zou aanvaarden
hij/zij/het he/she/it zou aanvaarden
wij/we we zouden aanvaarden
jullie you all zouden aanvaarden
zij/ze they zouden aanvaarden

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.