🇳🇱 beginnen

to begin

Dutch Irregular

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I begin
jij/je you (informal) begint
hij/zij/het he/she/it begint
wij/we we beginnen
jullie you all beginnen
zij/ze they beginnen

Simple Past

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I begon
jij/je you (informal) begon
hij/zij/het he/she/it begon
wij/we we begonnen
jullie you all begonnen
zij/ze they begonnen

Want to actually remember these?

VerbPal drills "beginnen" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I ben begonnen
jij/je you (informal) bent begonnen
hij/zij/het he/she/it is begonnen
wij/we we zijn begonnen
jullie you all zijn begonnen
zij/ze they zijn begonnen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I was begonnen
jij/je you (informal) was begonnen
hij/zij/het he/she/it was begonnen
wij/we we waren begonnen
jullie you all waren begonnen
zij/ze they waren begonnen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal beginnen
jij/je you (informal) zult beginnen
hij/zij/het he/she/it zal beginnen
wij/we we zullen beginnen
jullie you all zullen beginnen
zij/ze they zullen beginnen

Conditional

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou beginnen
jij/je you (informal) zou beginnen
hij/zij/het he/she/it zou beginnen
wij/we we zouden beginnen
jullie you all zouden beginnen
zij/ze they zouden beginnen

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.