🇳🇱 voelen

to feel

Dutch Regular

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I voel
jij/je you (informal) voelt
hij/zij/het he/she/it voelt
wij/we we voelen
jullie you all voelen
zij/ze they voelen

Simple Past

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I voelde
jij/je you (informal) voelde
hij/zij/het he/she/it voelde
wij/we we voelden
jullie you all voelden
zij/ze they voelden

Want to actually remember these?

VerbPal drills "voelen" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb gevoeld
jij/je you (informal) hebt gevoeld
hij/zij/het he/she/it heeft gevoeld
wij/we we hebben gevoeld
jullie you all hebben gevoeld
zij/ze they hebben gevoeld

Past Perfect

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had gevoeld
jij/je you (informal) had gevoeld
hij/zij/het he/she/it had gevoeld
wij/we we hadden gevoeld
jullie you all hadden gevoeld
zij/ze they hadden gevoeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal voelen
jij/je you (informal) zult voelen
hij/zij/het he/she/it zal voelen
wij/we we zullen voelen
jullie you all zullen voelen
zij/ze they zullen voelen

Conditional

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou voelen
jij/je you (informal) zou voelen
hij/zij/het he/she/it zou voelen
wij/we we zouden voelen
jullie you all zouden voelen
zij/ze they zouden voelen

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.